FAQ

Bekijk hieronder de Frequently Asked Questions. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan contact met ons op via helpdesk@bimloket.nl.

De NLCS kent vier fasen: B (Bestaand), N (Nieuw), V (Vervallen) en T (Tijdelijk). In de praktijk komt het vaak voor dat bestaande materialen ergens moeten worden verwijderd, tijdelijk opgeslagen en elders of op dezelfde plek moeten worden hergebruikt. Deze situatie wordt niet door de NLCS fasen ‘gedekt’. Kan hiervoor een nieuwe fase ‘Hergebruik’ worden geïntroduceerd?

De Projectgroep NLCS is geen voorstander van een nieuwe fase (formeel STATUS) toe te voegen. Dat zou namelijk betekenen dat de standaard in één keer moet worden uitgebreid met enkele duizenden lagen en even zoveel lijntypes. Voor dit soort situaties is in de NLCS systematiek de mogelijkheid geschapen om (optioneel) een BEWERKING toe te voegen aan een OBJECT of SUBOBJECT, bijvoorbeeld:
B-WE-VH-KANTOPSLUITING_OPNIEUWSTELLEN-G

Er ontbreken bepaalde arceringen en symbolen. Hoe moet ik daarmee omgaan?

In de NLCS is in eerste instantie ‘slechts’ een basisset van veel voorkomende arceringen en symbolen opgenomen. Daarbij is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van vigerende NEN-normen. Gebruikers kunnen eigen arceringen(-bibliotheken) en symbolen(-bibliotheken) toevoegen. Ook mogen arceringen- en symbolenbibliotheken worden gebruikt, die door bepaalde leveranciers van materialen en producten worden verstrekt.

De Projectgroep NLCS realiseert zich, dat deze ‘vrijheid’ in het toevoegen van eigen arceringen en symbolen een zeker gevaar van wildgroei inhoudt. Wanneer gebruikersorganisaties (zoals gemeenten) van mening zijn dat bepaalde arceringen en symbolen omwille van de eenheid van tekenwerk aan de NLCS moeten worden toegevoegd, dan willen wij dat heel graag weten. Wij verzoeken u daarom uw wensen, suggesties en voorbeelden door te geven aan de beheerorganisatie.

Er ontbreken lagen. Hoe moet ik daarmee omgaan?

Het is toegestaan om per HOOFDGROEP eigen laagnamen aan te maken. Het is wel belangrijk dat de ‘eigen lagen’ herkenbaar zijn. CAD-applicaties die NLCS ondersteunen, moeten zijn voorzien van een controletool die onder andere moet rapporteren welke eigen laagnamen in een tekening zijn aangemaakt.

Daarnaast stelt de beheerorganisatie van NLCS het zeer op prijs dat u doorgeeft welke lagen naar uw mening ontbreken. De Projectgroep NLCS kan dan besluiten om die lagen alsnog toe te voegen in een volgende release.

De meeste objectentabellen in NLCS zijn zeer gedetailleerd uitgewerkt. Is het wel nodig om zo gedetailleerd te tekenen, c.q. zoveel verschillende lagen aan te maken?

Gebruikers kunnen de mate van detail van een tekening, c.q. lagenstructuur zelf kiezen. Dat hangt onder meer af van de aard en het gebruiksdoel van een tekening. Voor sommige gebruikers is een globale informatiescheiding voldoende, andere gebruikers willen aan de hand van een digitale 2D tekening heel nauwkeurig hoeveelheden kunnen bepalen. Op een groentekening kan het bijvoorbeeld voldoende zijn om alle verhardingen in één laag te plaatsen, bijvoorbeeld:
B-GV-VH-VERHARDING-G

In een andere tekening kan het noodzakelijk zijn om verschillende verhardingsmaterialen te onderscheiden, zoals:
B-WE-VH-VERHARDING_BETONSTRAATSTEEN-G
B-WE-VH-VERHARDING_TEGEL-G

In een werktekening die is bedoeld voor het stratenmakerbedrijf, kan het noodzakelijk zijn om niet alleen de betonstraatsteen aan te duiden, maar ook het formaat, het verband en de kleur, bijvoorbeeld:
N-WE-VH-BETONSTRAATSTEEN_DIKFORMAAT_ HALFSTEENS_BRUIN-G

De NLCS laat al deze stappen toe, inclusief alle tussenliggende stappen. We noemen dit het “harmonica model”. Iedere tekenaar of organisatie kan dus het voor hem adequate detailniveau zelf kiezen.

Waarom is er naast een licentie voor een NLCS CAD applicatie óók nog een licentie voor het gebruik van de standaard nodig?

De deelnemers in de Projectgroep NLCS (overheidsopdrachtgevers, ingenieursbureaus en bouwondernemingen) hebben veel tijd en geld geïnvesteerd in de ontwikkeling van NLCS. Ook de Bouw Informatie Raad (BIR) en het Fonds Collectief Onderzoek-GWW (FCO-GWW) hebben financieel bijgedragen. De investering in de ontwikkeling van de standaard hoeft niet te worden terugverdiend.

Het succes van de standaard staat of valt echter met een goed beheer. Er moet een beheerorganisatie zijn die de standaard beschikbaar stelt en onderhoudt. Er moet een helpdesk zijn, ervaringen en suggesties moeten worden verzameld en verwerkt in nieuwe releases. Ook voor dit beheer moeten kosten worden gemaakt. Voor de dekking daarvan vragen we een kleine bijdrage per werkplek waar met de NLCS wordt gewerkt. We houden de beheerkosten zo laag mogelijk en hebben geen enkel winstoogmerk. Het enige doel is om de NLCS als standaard ván de sector, vóór de sector en mét de sector op een hoog niveau te brengen en te houden. Naarmate er meer gebruikers komen, zal de bijdrage per werkplek navenant lager worden. We zullen bovendien op transparante wijze inzage geven in de inkomsten en uitgaven voor het beheer.

Stelt de NLCS groep nog een (gratis) tool beschikbaar, vergelijkbaar met de RTW tool van Rijkswaterstaat?

Nee, de Projectgroep NLCS ontwikkelt zelf geen CAD tool voor het werken met NLCS. Al in 2007 heeft de groep besloten om zich te concentreren op de ontwikkeling van de standaard zelf en de tools over te laten aan marktpartijen. Softwareontwikkeling behoort niet tot de taak van de Projectgroep; andere, professionele partijen kunnen dat veel beter. De Projectgroep is daarom al vroeg in het proces het overleg gestart met de belangrijkste leveranciers van CAD applicaties voor de GWW-sector. Diverse leveranciers bleken bereid om te investeren in de ontwikkeling van applicaties die het gebruik van NLCS ondersteunen. Die applicaties zijn inmiddels beschikbaar (zie elders op deze site: klik op de knop “Downloads” in het hoofdmenu).

Alle arceringen en symbolen die bij NLCS worden geleverd, zijn verplicht, behalve verwijzingssymbolen. Deze zijn volgens de “Formele beschrijving NLCS” slechts aanbevolen symbolen. Waarom zijn verwijzingssymbolen niet verplicht?

Sommige organisaties hebben een sterke voorkeur voor het gebruik van ‘eigen’ verwijzingssymbolen, omdat deze – net als bijvoorbeeld titelblokken – deel uitmaken van de huisstijl. De Projectgroep Objecten vindt het niet zo bezwaarlijk dat verschillende organisaties verschillende verwijzingssymbolen gebruiken, mits ze het consequent doen. De Projectgroep vindt het wel belangrijk dat de lijntypen, arceringen en symbolen voor te tekenen objecten zoveel mogelijk standaard (dus verplicht) zijn.

Waarom is het gebruik van lijntypen, symbolen en arceringen van NLCS verplicht?

Opdrachtgevende organisaties, zoals Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten, besteden steeds meer tekenwerk uit. Ze schakelen voor hun projecten verschillende ingenieursbureaus en uitvoerende bedrijven in. Niettemin wensen ze uniformiteit in het tekenwerk. Ofwel: voor een gemeente is het belangrijk dat het tekenwerk van het ene ingenieursbureau er hetzelfde uitziet als het tekenwerk van een ander ingenieursbureau. Daarom is het gebruik van de NLCS lijntypen, symbolen en arceringen verplicht bij toepassing van de standaard.